Het leven is geen videogame

Als moeder van een 10-jarige gamer heb ik al vele quests meegemaakt aan de zijlijn, van Fortnite tot Sea of Thieves, van Call of Duty tot Watch Dogs.

  • Het doel: missies vervolledigen, de vijand verslaan en als winnaar beloond worden voor je prestatie.
  • Het pad: strategisch plannen, resources verzamelen, je pantser versterken, levels stijgen in ranking en de steeds groter wordende boss verslaan tot een finale vijand je de kans geeft het spel te beëindigen als ultieme winnaar, uiteraard met medaille als bewijs voor de buitenwereld.

Hoezeer ik ook de moeite doe om mee op te gaan in het spel en het enthousiasme van mijn oudste zoon te delen, welgeteld 2 minuten slaag ik er in mijn aandacht erbij te houden. Daarna dwalen mijn gedachten onvermijdelijk af en worden de geluiden van het slagveld mijn versie van meditatiemuziek.

De analogie tussen het videospel en de manier waarop wij mensen ons leven vaak proberen in te richten dringt zich dan toch telkens op. In het nastreven van ons ultieme doel proberen we het leven zo te organiseren dat we steeds meer hulpmiddelen kunnen verzamelen. We plannen hoe we kunnen stijgen naar dat volgende level en visualiseren we die grote finish die ons eindelijk zal geven wat we willen bereiken… uiteraard ook met de (figuurlijke) medaille.

Maar eens op weg leert ieder van ons, in meer of mindere mate, dat dat toch niet helemaal is zoals het echte leven werkt. Wat het videospel ons niet aanleert is dat doorheen het leven deze hulpmiddelen of -bronnen op vaak willekeurige wijze afgepakt kunnen worden. Dat de sterkte van het pantser ons soms toch niet kan beschermen tegen de pijn die we onvermijdelijk zullen tegenkomen.

Ik denk dat onze buren niet blij zouden zijn met deze extra feature in Rainbow Six Siege die dit zou implementeren. De oneerlijkheid om zomaar prestaties of verzamelde munitie te verliezen zou ongetwijfeld zorgen voor een explosie in het hoofd van onze jonge gamer. Een scheldtirade aan het adres van de ontwerper van het spel eveneens onvermijdelijk.

 

En toch is dit waar we als volwassenen in het leven zomaar mee moeten leren omgaan. Gaande van kleine overkomelijke ongemakken tot grote, pijnlijke verliezen waar niemand, zelfs de meest ervaren speler met het grootste leger, een oplossing voor heeft. Ervaringen die je in full body-armor machteloos laten toekijken en reikhalzend laten uitkijken naar het Game Over signaal. Maar dat signaal verschijnt niet in de echte wereld, ook niet wanneer we er naar smachten. Deze wereld draait gewoon hardnekkig verder en ook al zoek je wanhopig naar dat respawn knopje, terugkeren naar voordien met de hoop op een andere uitkomst blijkt geen optie…

Op dit punt belandden wij als ouders in februari 2019, na het afscheid van onze 5-jarige zoon. De krijger die 3 jaar lang met de allerbreedste glimlach het gevecht op leven en dood aanging, niet van achter zijn computer, maar in de arena die we Gasthuisberg noemen. Ondanks alle hulplijnen, in binnen- en buitenland en het sterkste pantser dat de medische wetenschap kon bieden was onze soldaat ‘killed in action’ en bleef ons ijzersterke team verslagen achter.

De vijand verslaan bleek onmogelijk, het ultieme doel voor altijd onbereikbaar en het pantser te zwaar. Om te overleven gooiden we het allemaal van ons af, voor altijd. We zijn meer kwetsbaar dan ooit en verstoppen onze zwakke en moeilijke momenten niet langer. En net daarin ontdekten we onze (veer)kracht. Begrippen als zelfcompassie en -bewustzijn werden stilaan onmisbare ankers in het nieuwe ‘normaal’ en helpen ons elke dag (810 vandaag, want we tellen ze nog wel) omarmen van een toekomst die we niet kozen.

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *